Wandtapijten in het Hôtel-Dieu in Beaune
Beaune ligt in het departement Cote-d`Or en is een belangrijk toeristisch centrum in het hart van Bourgondië, was tot in de 14de eeuw de residentie van de hertogen van Bourgondië. Het stadsbeeld wordt bepaald door talrijke gebouwen uit de middeleeuwen en de renaissance. De stad is vooral vermaard om het voormalige hospitaal Hótel-Dieu in 1443 gesticht door Nicolas Rolin, kanselier van Bourgondië, die een deel van zijn aanzienlijke fortuin besteedde aan liefdadigheid en aan kunstwerken. Als een van de centra van de bourgognewijnbouw heeft Beaune een wijnmuseum, ondergebracht in de voormalige hertogelijke residentie.
Het voormalige armenhuis Hôtel Dieu is een mooi voorbeeld van Bourgondisch-Vlaamse bouwkunst. Tot 1971 was het in gebruik als ziekenhuis, sedertdien is er een bejaardenhuis in gevestigd. De uit decoratief oogpunt opvallendste elementen aan het overigens vrij sobere exterieur zijn de daken met hun kleurrijke, in geometrische patronen gelegde bedekking en hun vele met pinakels bekroonde dakkapellen. De gebouwen, met houten gaanderijen, zijn gegroepeerd rondom een binnen plaats met een oude put. De grote, 52 m lange ziekenzaal, Grand’ Salle of Chambre des Pauvres, met polychroom houten dakstoel wordt door een houten afsluiting, later vervaardigd, in een imitatie van de gotische stijl, gescheiden van de kapel. In de kapel, die in de 19de eeuw werd gerestaureerd, herinnert een koperen plaat aan Guigone de Salins, echtgenote van Rolin en medeoprichtster van het Hôtel-Dieu.
Het complex bevat een museum, waarin een apart hiervoor gebouwde zaal de beroemde polyptiek of veelluik Het Laatste Oordeel van Rogier van der Weyden geëxposeerd is. Het stuk was in 1443 door Rolin bij de Vlaamse kunstenaar besteld ter opluistering van het altaar in de Grand Salle, waar de zieken in bed de mis konden bijwonen. Het altaarstuk behoort tot de hoofdwerken van de 15de-eeuwse Vlaamse schilderkunst. Naast de polyptiek bevindt zich het lange wandtapijt der “duizend bloemen” van de legende van Sint Eligius (zie hierboven), dat door zijn techniek en zijn kleuren het vermaarde werk van de Vrouw met de Eenhoorn van het museum van Cluny uit de zestiende eeuw oproept. Deze legende verhaalt van de zeer hoogmoedige Eloy, die het been van zijn paard afhakte om het sneller te kunnen beslaan en dit niet meer heeft kunnen herstellen.
Een bijzondere vermelding verdienen uiteraard ook de andere wandtapijten in het museum, waaronder die van het echtpaar Rolin, met hun wapens, de initialen G en N en het devies ‘Seulle’ , teken van trouwe aanhankelijkheid van Rolin aan zijn vrouw. Overigens heb ik de foto’s zonder flits in donkere ruimtes moeten nemen, dus niet alle foto’s zijn even scherp als ik zou willen.
De grootste serie die uit Doornik komt en geweven werd in het begin van de zestiende eeuw, schildert in zeven taferelen de parabel van de Verloren Zoon. Een andere serie wandtapijten die in Brussel werd vervaardigd op het einde van de zestiende eeuw verhaalt de geschiedenis van Jacob.
Er hangt 1 tapijt uit Aubusson, gemaakt aan het einde van de 17de eeuw van wol en zijde. U ziet het hieronder afgebeeld. Het is een voorstelling van kinderen, aangekleed als Louis XIV soldaten, die in het park dansen (de “ronde dans der jongelingen”).
Wandtapijten kijken in Aubusson
Aubusson is een klein, mooi stadje met een aantal huizen uit de 16e en 17e eeuw. Het wordt wel de hoofdstad van de tapijtweefkunst genoemd. Waarschijnlijk is de industrie uit Vlaanderen geïntroduceerd door Maria van Henegouwen toen zij trouwde met Louis de Bourbon, graaf van La Marche.
De eerste tapijten werden ‘verdures’ genoemd. De naam is afgeleid van het Franse woord voor groen, ‘vert’. Deze 15e-eeuwse tapijten waren afbeeldingen van landschappen zonder menselijke figuren. Later in de 16e en 17e eeuw ontstonden wandkleden met mythologische, historische of religieuze voorstellingen.
In de dikwijls koude vertrekken waar deze kleden aan de muren hingen hadden ze een dubbelfunctie. Ze dienden niet alleen voor verfraaiing, maar ook als isolatie. In de loop der eeuwen werd deze tapijtweverij een grote industrie, die helaas een zware klap te verwerken kreeg toen Lodewijk XIV in 1685 het edict van Nantes vervallen verklaarde.
De industrie onderging een belangrijke ontwikkeling in de 19e eeuw door initiatieven van Jean Lurcat. Naast de zon en de kleur geel, gebruikte hij als inspiratiebron de ontwerpen van de schilder Cézanne. Ook ontwikkelde men een techniek om dunne stoffen te weven, die men gebruikte voor het bekleden van meubelen.

In het ‘Centre Culturel et Artistique Jean Lurcat’ is ”Le Musée Départemental de la Tapisserie“ gevestigd, het is uw bezoek zeker waard. Extra informatie vindt u hier. Tevens kunt “La Maison du Tapisier” bezoeken, gevestigd in een 16de eeuws huis dat toebehoorde aan de familie Cornielle, een familie van meester tapijtwevers (Lissiers).
Als u overigens nog een leuke Chambres d’Hotes in de buurt zoekt, kan ik Les Filloux aanraden. Cees & Marjolein zijn fantastisch!
Wandtapijt ‘Apocalypse’ in Angers
In het kasteel van Angers kun je het grootste wandtapijt ter wereld bewonderen, de Apocalyps. Voorpret kun je beleven met het volgende boek: Front and Back

Lodewijk I van Anjou liet tussen 1373 en 1383 een enormwandtapijt maken, het Tapisserie de l’Apocalypse. Tijdens de Franse Revolutie is er veel van verwoest maar 103 van de 134 meter bleef gespaard, verdeeld over 70 enorme panelen. De felle rode, blauwe en gouden draden illustreren de dramatische en onwerkelijke scènes van de Apocalyps (dag des oordeels) uit het bijbelse boek Openbaring van Johannes.
















